By

Casus

Werkneemster is in dienst bij een kinderopvang in de functie van manager bedrijfsvoering. Zij vormt samen met onder andere mevrouw X het managementteam. Na twee jaar dienst zijn er elf meldingen gedaan bij een externe vertrouwenspersoon van de kinderopvang over respectloos gedrag van de leden van het managementteam. Uit het gesprek met de melders, vertrouwenspersoon en de raad van toezicht blijkt dat vooral werkneemster een ‘bron van ellende’ wordt genoemd en zij ‘Me Too- gedrag’ zou vertonen. Naar aanleiding van de meldingen en het gesprek heeft mevrouw X de opdracht gekregen om nader onderzoek te laten doen. Mevrouw X heeft een externe organisatieadviseur ingeschakeld die in drie maanden tijd 35 gesprekken heeft gevoerd. Met werkneemster heeft er slechts één gesprek plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek is werkneemster direct op non-actief gesteld op basis van beschuldigingen van seksuele intimidatie, seksuele toespeling, intimidatie, bedreiging en agressief en onfatsoenlijk taalgebruik.

De kinderopvang heef in eerste aanleg verzocht tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Werkneemster heeft geconcludeerd tot afwijzing van het ontbindingsverzoek en ingeval van toewijzing heeft zij verzocht tot het toekennen van de transitievergoeding en een billijke vergoeding.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter heeft geoordeeld dat werkneemster verwijtbaar heeft gehandeld en het verzoek tot ontbinding toegewezen. De kinderopvang is veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding. Werkneemster is het niet eens met dit oordeel en verzoekt het hof de beschikking te vernietigen en de kinderopvang te veroordelen tot onder meer betaling van een billijke vergoeding.

Oordeel gerechtshof Amsterdam

De kinderopvang heeft aan haar ontbindingsverzoek wegens verwijtbaar handelen of nalaten naast buitensporige tijdsbesteding aan privézaken tijdens werktijd, grensoverschrijdend gedrag richting onder anderen collega’s ten grondslag gelegd. Het staat niet ter discussie dat werkneemster dusdanig verwijtbaar heeft gehandeld dat het voortduren van de arbeidsovereenkomst nog van de kinderopvang kan worden gevergd.

Het hof stelt voorop dat werkneemster geen grief heeft gericht tegen de door de kantonrechter uitgesproken ontbinding. Ook heeft het hof geen reden eraan te twijfelen dat er serieuze meldingen zijn gedaan over het grensoverschrijdend gedrag van werkneemster. De meldingen zien op specifieke situaties en zijn afkomstig van elf (oud)medewerkers binnen verschillende onderdelen van de kinderopvang. Ook is er bewijs dat werkneemster in de Whatsapp-groep kwalijke uitingen heeft gedaan zoals een bericht waarin staat dat ze bepaalde leden van de RvT “allang in hun bek zou hebben gescheten”.

De arbeidsovereenkomst in eerste aanleg is op goede grond ontbonden. Echter, het hof heeft geoordeeld dat niet alleen werkneemster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld maar ook de kinderopvang. Met werkneemster heeft er slechts één gesprek plaatsgevonden waarin zij per direct op non-actief is gesteld. De zeer serieuze beschuldigingen zijn niet eerder met werkneemster besproken waardoor zij onvoldoende in de gelegenheid is gesteld om zich op dit gesprek voor te bereiden. Ook staat vast dat aan werkneemster nooit concreet is gemaakt waarop de over haar geuite klachten precies zagen.

Daarnaast is het onderzoek van de externe organisatieadviseur niet transparant geweest. Zo is het onderzoeksrapport binnen de kinderopvang verspreid vóórdat werkneemster kennis heeft kunnen nemen van dit rapport en terwijl het onderzoek nog gaande was.

Verder acht het hof het onbegrijpelijk dat de kinderopvang ervoor heeft gekozen mevrouw X nader onderzoek naar werkneemster te laten doen. De meldingen zagen namelijk ook op het gedrag van mevrouw X.

Door deze handelwijze heeft de kinderopvang werkneemster op grove wijze de kans ontnomen haar kant van het verhaal te doen. Dat is in strijd met elementaire beginselen van hoor en wederhoor. Deze gang van zaken is kwalijk en is de kinderopvang dan ook ernstig aan te rekenen. Door de handelwijze van de kinderopvang is werkneemster in haar persoonlijke integriteit aangetast, immers door de kinderopvang werden tegenover personeelsleden zeer negatieve en op werkneemster betrekking hebbende kwalificaties gebruikt zonder dat werkneemster van de inhoud van de precieze beschuldigingen weet had en erop had kunnen reageren. Het hof acht een billijke vergoeding daarom op zijn plaats. Het hof heeft geoordeeld dat aan werkneemster een bedrag van €10.000 toekomt vanwege immateriële schade.

 

ECLI:NL:GHAMS:2021:27

About the Author

 

Leave a Reply

SecJure