Wraking in het Nederlandse rechtssysteem

januari 17, 2019 at 10:54 am  •  0 Comments

By

M. de Kind

 

Onze rechters hebben het realiseren van eerlijke, onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak als taak.[1] Om dit te bereiken, dient een rechter een aantal persoonlijke kenmerken te hebben. Rechters moeten onafhankelijk, onpartijdig, onberispelijk, integer, deskundig, maatschappelijk betrokken en standvastig zijn.[2] In dit artikel staat onpartijdigheid centraal. Uit voorstaande volgt dat eenieder in Nederland recht heeft op onpartijdige rechtspraak. Als één van de partijen in een rechtszaak de indruk heeft dat de rechter vooringenomen is, kan hij om die reden dan ook verzoeken om de rechter te laten vervangen door een andere rechter. Dit heet een wrakingsverzoek.[3] De procedure zoals deze nu is ingericht, stuit op kritiek. In dit artikel wordt daarom dieper ingegaan op wraking.

 

Wraking

De mogelijkheid tot het indienen van een wrakingsverzoek heeft een drietal gronden: een voor civiele procedures, een voor strafrechtelijke procedures en een voor bestuursrechtelijke procedures. Artikel 36 Rv bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Ingevolge artikel 512 Sv kan op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Tot slot bepaalt artikel 8:15 Awb dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Redenen voor een dergelijk wrakingsverzoek worden in hoofdzaak in twee categorieën ingedeeld: de acties van de rechter gedurende het proces én belangenverstrengeling. Bij de eerste categorie kan worden gedacht aan het niet geven van gelegenheid tot reactie aan een partij of het doen van uitspraken door een rechter die twijfel zaaien over diens vooringenomenheid. De tweede categorie duidt er veeleer op dat familie of bekenden betrokken zijn, financiële belangen een rol spelen of dat nevenfuncties voor twijfel zorgen.[4]

 

Wrakingsprocedure

Een wrakingsverzoek kan voor, tijdens of na de zitting worden ingediend. Is de betreffende rechter het eens met het verzoek, dan trekt deze zich terug en wordt een nieuwe rechter aangewezen. Is dit niet het geval, dan wordt het verzoek beoordeeld door de wrakingskamer. Deze kamer bestaat uit drie rechters van hetzelfde gerecht als de rechter waartegen het wrakingsverzoek is ingediend. Binnen de zitting, welke meestal openbaar is, krijgen zowel de indiener van het verzoek als de gewraakte rechter de kans om hun verhaal te doen. De wrakingskamer doet binnen twee weken uitspraak. Om het verzoek toe te wijzen dient niet per definitie sprake te zijn van partijdigheid; de schijn van partijdigheid is voldoende om een rechter te kunnen wraken. Het gaat hierbij om een bindende beslissing. Een nieuw verzoek kan enkel worden ingediend wanneer sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.[5]

 

Wrakingsverzoeken ´klassieke´ zin

De meeste wrakingsverzoeken zien op uitingen of uitspraken van rechters die ertoe hebben geleid dat een der partijen niet langer vertrouwen heeft in de onpartijdigheid van die rechter(s). Hierbij kan worden gedacht aan de wrakingsverzoeken in de Zaak Wilders, in de zaak met betrekking tot Vastgoedfraude ‘Klimop’ en in de zaak Robert M.

Tijdens de zaak Wilders is tweemaal een wrakingsverzoek ingediend. Het eerste verzoek werd ingediend toen de rechter op een beroep op het zwijgrecht van Wilders reageerde door te zeggen: “U wordt nog wel eens verweten dat u goed bent in het poneren van stellingen, maar de discussie uit de weg gaat. Het lijkt erop dat u dat nu ook weer doet.” De wrakingskamer oordeelde dat de woorden wellicht ongelukkig gekozen waren, maar dat hierover niet kon worden gezegd dat ze op partijdigheid wijzen. Het tweede verzoek zag op de beslissing van de rechtbank tot het niet horen van een getuige. Deze beslissing leek in strijd te zijn met de geldende jurisprudentie, waardoor het begrijpelijk werd geacht dat de beslissing van een zekere mate van vooringenomenheid getuigt. Het verzoek werd toegewezen.[6]

In de zaak van Robert M. gaf de rechtbank de ouders van de kinderen spreektijd, terwijl dit spreekrecht volgde uit een nog niet aangenomen wetsvoorstel. De wrakingskamer oordeelde hier echter over dat dit geen (voldoende) grond was om te spreken van onpartijdigheid of vooringenomenheid.[7]

 

Alternatieve benutting wrakingsverzoek

Naast deze categorie wrakingsverzoeken, blijkt het wrakingsverzoek voor andere doeleinden te kunnen worden gebruikt. Al langere tijd wordt kritiek geuit op ons wrakingssysteem. Zo schreef W.F. Korthals Altes in 2012 een item in het NJB waarin hij stelde dat ons wrakingssysteem overboord moet. Enerzijds vanwege zijn standpunt dat het onjuist is dat rechters van de eigen rechtbank bepalen of een collega zich partijdig heeft opgesteld dan wel de schijn van partijdigheid hebben gewekt. Dit zou onwenselijk zijn voor zowel het publiek, als de rechters zelf. Dit laatste vanwege de onderlinge verhoudingen binnen het gerecht. Anderzijds stelt hij dat de mogelijkheid tot wraking veelvuldig wordt gebruikt teneinde het proces te vertragen.[8] Ook recenter wordt dit standpunt ondersteund.[9]

Dat ook het wrakingsverzoek kan worden gebruikt om kritiek te uiten op het systeem, heeft mr. Jebbink eind 2018 laten zien. Volgens deze advocaat mogen raadsheren niet aanschuiven bij de beraadslaging over zaken bij de Hoge Raad als zij niet zijn aangewezen om mee te beslissen.[10] Jebbink heeft gebruik gemaakt van de wrakingsprocedure om op deze grond te pogen de gehele strafkamer van de Hoge Raad te wraken.

 

En nu…?

De kritiek jegens de wrakingsprocedure is niet volledig onopgemerkt gebleven. Bovendien is deze meer onder de aandacht gekomen door media-aandacht die er dit decennium aan is besteed. Dit heeft in de periode 2009-2012 tot een sterke stijging geleid en ook nu ligt het aantal verzoeken nog hoog.[11]

Naar aanleiding van deze ontwikkelingen heeft de Raad voor de rechtspraak onderzoek uitgevoerd naar wraking. Hieruit bleek dat partijen vaak wraken vanwege onvrede over de beslissing of om tijd te rekken, in plaats van vanwege een daadwerkelijke twijfel met betrekking tot de onpartijdigheid van de rechter. Hiermee is één van de door Korthals Altes genoemde bezwaren dus bevestigd.

Ook naar de andere genoemde oorzaak voor bezwaar wordt onderzoek gedaan. Zo heeft in de periode april 2014 tot april 2016 een experiment met een externe wrakingskamer plaatsgevonden, waarbij de gerechtshoven van Den Haag en Amsterdam elkaars wrakingsverzoeken hebben behandeld. Hieruit is gebleken dat het vertrouwen van veel van de rechtzoekenden door een externe wrakingskamer niet zou worden verbeterd.[12] Ook de Universiteit Utrecht heeft onderzocht op welke manieren de procedure zou kunnen worden verbeterd. Eén van de belangrijkste aanbevelingen uit dit rapport is het laten beoordelen van wrakingsverzoeken door hogere rechters.[13]

Recent is de Minister voor Rechtsbescherming in dit kader aan Kamervragen onderworpen. De Minister stelt dat er aanleiding is tot het voorstellen van wijziging van wetgeving.[14] Dit heeft een en ander in beweging gebracht. Het is een kwestie van afwachten of er ditmaal voldoende aanleiding is om de wrakingsprocedure daadwerkelijk aan te passen.

 

[1] Te vinden via www.rechtspraak.nl > Organisatie en contact > Rechtspraak in Nederland.

[2] Te vinden via www.rechtspraak.nl > Organisatie en contact > Rechtspraak in Nederland > Rechters > Rechtvaardige rechter.

[3] Te vinden via www.rechtspraak.nl > Uitspraken en nieuws > Thema’s > Wraking.

[4] Te vinden via www.rechtspraak.nl > Uitspraken en nieuws > Thema’s > Wraking > Situaties om de rechter te wraken.

[5] Te vinden via www.rechtspraak.nl > Uitspraken en nieuws > Thema’s > Wraking > Procedure om de rechter te wraken.

[6] Te vinden via www.rechtspraak.nl > Uitspraken en nieuws > Thema’s > Wraking > Spraakmakende wrakingsverzoeken.

[7] Te vinden via www.rechtspraak.nl > Uitspraken en nieuws > Thema’s > Wraking > Spraakmakende wrakingsverzoeken.

[8] Willem F. Korthals Altes, ‘Ons wrakingssysteem moet overboord’, Nederlands Juristenblad NJB 2012/1761.

[9] V. Boelhouwers & J. Nan, ‘Wraking 2.0’, Nederlands Juristenblad NJB 2016/685, paragraaf 4.1.

[10] https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Hoge-Raad-der-Nederlanden/Nieuws/Paginas/Conclusie-PG-verzoek-tot-wraking-van-alle-raadsheren-in-de-strafkamer-Hoge-Raad-ongegrond.aspx?pk_campaign=rssfeed&pk_medium=rssfeed&pk_keyword=Nieuws-over-strafrecht-%7C-Rechtspraak.nl

[11] F. Mebius, ‘Hoge Raad stelt nieuwe grenzen aan wraken’, Advocatenblad november 2018.

[12] Raad voor de rechtspraak, ‘De externe wrakingsprocedure: evaluatie van de pilot externe wrakingskamer bij de gerechtshoven Amsterdam en Den Haag’, Research Memoranda nr. 4-2017, jaargang 12.

[13] Raad voor de rechtspraak, ‘De wrakingsprocedure: een rechtsvergelijkend onderzoek naar de mogelijkheden tot herziening van de Nederlandse wrakingsprocedure’, Research Memoranda nr. 5-2012, jaargang 8.

[14] ‘Minister wil mogelijk oneigenlijk gebruik wrakingsprocedure tegengaan door wettelijke maatregelen’, Vakstudie Nieuws V-N 2019/2.17.

About the Author

 

Leave a Reply