By

De Amerikaanse FBI heeft korte tijd geleden de ‘hulp’ ingeschakeld van Apple om onderzoek naar de terrorist Syed Farook nieuw leven in te blazen. Ze zitten namelijk met de handen in het haar. Toch kunnen we dit ‘wanhopige verzoek’ ook omschrijven als strategische zet in het dataschaakspel, waarbij privacybelangen en federale bevoegdheden tegen elkaar worden weggespeeld. De FBI heeft momenteel een iPhone5c in bezit van een terrorist, maar miraculeus genoeg krijgen de ‘special agents’ het niet voor elkaar om het apparaat te ontgrendelen; ze weten simpelweg het wachtwoord niet te kraken. Omdat de telefoon dus versleuteld is moet Apple worden ingeschakeld om toegang te verkrijgen. Apple ziet deze vorm van dienstverlening natuurlijk niet zitten en vreest voor de privacy van haar klanten en bovendien haar vrijheid van meningsuiting, zo stelde het bedrijf. Een ironisch verzoek van de FBI is het zeker; wie had ooit gedacht dat de beruchte FBI zou falen in het hacken van een iPhone?

Toch kent dit verzoek van de FBI serieuze implicaties. Er is al eerder gesproken over een precedentwerking die dreigt in te treden als Apple het verzoek inwilligt. Apple (en alle andere techgiganten) is als de dood om ook toekomstige verzoeken van inlichtingen- en opsporingsdiensten in te moeten willigen. Dat levert natuurlijk geen positieve bijdrage aan de privacy(gevoelens) van klanten en lijdt eventueel ook nog tot kosten voor het bedrijf zelf door straks als ‘hulpje’ ingezet te worden. Nu betwist ik het belang van terroristische informatie niet, maar in zee gaan met de FBI in zaken als deze is een beroerd idee. Bovendien wordt de FBI op die manier in staat gesteld om als ‘institutioneel zwaargewicht’ de informatie op miljoenen mobiele apparaten te doorzoeken, nadat ze zich de praktijk van verzoeken om hulp van dergelijke multinationals op een of andere manier hebben toegeëigend. De macht en surveillerende kracht van deze organisatie kan daarmee aanzienlijk vergroot, mits de rechter instemt met het verzoek. Maar zelfs als de rechter weigert, weet de FBI vaak creatief uit de hoek komen. Een soortgelijk verzoek m.b.t. tot een drugszaak kon overigens niet op steun van een rechter uit Brooklyn rekenen. Begrijpelijkerwijs zijn deze bedrijven aantrekkelijke instrumenten voor federale diensten van dit type. Echter, toestaan dat de FBI een vinger in de pap krijgt bij een bedrijf dat immense hoeveelheden persoonlijke gegevens beheerd is net zo onverstandig als het stemmen op een geblondeerde Republikeinse presidentskandidaat.

Toch hebben we ook in Nederland een soortgelijk verzoek gezien. Het ging toen echter niet om een terrorist, maar om een slachtoffer van ‘wraakporno’. De advocaat van het slachtoffer eiste van Facebook dat het de gegevens van de dader zou overhandigen aan de politie, opdat deze aangehouden kon worden. De rechtbank van Amsterdam heeft het slachtoffer toen in het gelijk gesteld. Het kán dus zeer nuttig zijn om bedrijven in te schakelen bij het (opsporings)onderzoek. Ook de FBI kan veel nut hebben van een hack door Apple in de iPhone van een terrorist. Ze kunnen wellicht een aanslag voorkomen. Toch kunnen deze twee zwaargewichten maar beter uit elkaars buurt blijven. Apple faciliteert en beheerd immers technologie die zeer persoonlijke en gevoelige informatie over burgers wereldwijd vergaart. Die informatie moet gescheiden blijven van organisaties als de FBI, die in principe niets te zoeken hebben in deze gegevens zonder wettelijke bevoegdheid. De afweging is moeilijk als er misschien levens op het spel staan, maar ook de bescherming van burgers is op een fundamenteel niveau neergelegd. Apple verdedigt zich gelukkig standvastig en eist parlementaire goedkeuring. Daarnaast kondigden ze aan dat Apple de beveiliging van hun mobiele apparaten gaat versterken.

About the Author

 

Leave a Reply