Nationaal politiebestel: een (dure) fout?

oktober 8, 2015 at 5:08 pm  •  0 Comments  •  69 views

By

Het nationaal politiebestel gaat dubbel zo lang duren en dubbel zoveel kosten als was voorspeld.  Alsof dat nog niet genoeg slecht nieuws is, is korpschef Gerard Bouman opgestapt. De vraag rijst of de keuze voor één landelijk korps wel zo verstandig is geweest.

 

Van regionaal naar nationaal

Op 1 januari 2013 is de Politiewet 2012 in werking getreden[1]. Hiermee kwam een eind aan het regionaal politiebestel dat Nederland kende sinds de Politiewet 1993. In dit regionale bestel was Nederland opgedeeld in vijfentwintig politieregio’s die ieder over een eigen politiekorps beschikten. Daarnaast bestond er in dit bestel één landelijke korps, het Korps landelijke politiediensten, dat zich bezighield met nationale en specialistische taken. Hier bestond echter al jarenlang een discussie over; het zogeheten ‘politiebesteldebat’. Het centrale vraagstuk binnen dit debat was de vraag of de politie meer centraal of meer decentraal georganiseerd moest worden.[2] In 2005 kwam het rapport uit van de stuurgroep Evaluatie Politieorganisatie[3] waarin werd geconcludeerd dat het regionale bestel niet zodanig was ingericht dat de politie haar taken op een adequate en evenwichtige wijze kon verrichten. In 2006 werd dan ook een wetsvoorstel ingediend tot een nationaal politiebestel. Dit voorstel is niet meer ingediend, vanwege een kabinetswisseling waarbij het nieuwe kabinet de verandering niet nodig achtte. In oktober 2010 trad echter kabinet Rutte I aan en besloot alsnog tot invoering van een nationale politie en bracht een nota van wijziging van het wetsvoorstel uit 2006 uit. Op 12 juni 2012 werd bij Koninklijk Besluit de inwerkingtreding van de nieuwe Politiewet bepaald op 1 januari 2013. [4] Deze nieuwe wet bracht veel veranderingen met zich mee in de politieorganisatie. In plaats van een regionaal politiebestel kwam er één landelijk politiekorps. Dit korps werkt onder volledige verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid en Justitie. Een andere belangrijke verandering die de nieuwe wet met zich meebrengt, is dat de politie rechtspersoonlijkheid heeft gekregen waardoor het vanaf 1 januari 2013 een publiekrechtelijke rechtspersoon is. [5] Hierdoor kan het lichaam juridisch handelen in het privaatrecht en zelfstandig participeren aan het rechtsverkeer. Dit is nodig om privaatrechtelijke handelingen te verrichten, zoals het aangaan van overeenkomsten of het opstellen van contracten.[6]

 

Waarom een nationaal politiebestel?

Er is veel kritiek geweest op de organisatie van de politie zoals het sinds de Politiewet 1993. Er waren meerdere beweegredenen voor de verandering van de organisatievorm. Eén van de redenen was het veiligheidsvraagstuk. Veiligheid is volgens de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie zelfs als nieuwe bestuurlijke opgave op te vatten.[7] Burgers verwachten steeds meer van de overheid op het gebied van veiligheid en misdaadbestrijding. Minister Opstelten, voormalig minister van Veiligheid en Justitie, gaf in de Memorie van Toelichting van het wetsvoorstel van de Politiewet 2012[8] aan dat de keuze voor toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de politie beter is aangezien de politie primair belast is met regionale taken ten dienste van lokale gezagsdragers. Positionering van de politie als onderdeel van een ministerie zou kunnen leiden tot een verminderde gerichtheid op haar primaire taak, namelijk het bewaren van de openbare orde en het bestrijden van criminaliteit op lokaal niveau. Door de politie met rechtspersoonlijkheid te bekleden, voorkom je dat de politie zich te veel oriënteert op nationale taken.

 

Aanhoudende kritiek op de nieuwe politieorganisatie

Sinds de komst van de nieuwe Politiewet in 2013 worden er veel vraagtekens geplaatst bij de reorganisatie. De kritiek op het landelijk politiebestel neemt de laatste tijd echter alarmerend toe. Hier liggen meer redenen aan ten grondslag. Prof. dr. Bob Hoogenboom, hoogleraar politiestudies en veiligheidsvraagstukken aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en aan Nyenrode Business University, sprak hierover met BNR Nieuwsradio in het rubriek BNR Juridische Zaken[9]. Volgens Hoogenboom is de basis van een nationale politie goed, omdat Nederland te klein is voor een versnipperd politieapparaat, maar mocht de vorming ervan beter worden aangepakt. Allereerst duurt de reorganisatie te lang. De reorganisatie moet sneller voltooid worden en er moeten mensen van verschillende specialisaties worden ingezet op strategische posities. Daarnaast valt de politie nu onder een ‘mega departement’ Veiligheid en Justitie. Dit departement is zodanig groot geworden dat het intern moeilijk aan te sturen is. Een oplossing zou zijn om de knip aan te brengen in het grote departement en de politie weer, zoals voorheen, onder te brengen bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Als derde kritiekpunt noemt Hoogenboom de bezuinigingen. Niet alleen op de politie zou te veel bezuinigd worden, maar op de gehele rechtshandhaving. Hieronder valt onder andere het openbaar ministerie, de rechterlijke macht en het forensisch instituut, aldus professor Hoogenboom.

 

Nu de tussenevaluatie van het nationaal politiebestel teleurstellend is, is de vraag of de hoge verwachtingen van de reorganisatie in de toekomst wel waargemaakt gaan worden. Wij horen graag hoe jij denkt over de stelling: het nationaal politiebestel is een dure fout geweest. Laat het ons weten!

 

[1] Stb. 2012, 315.

[2] Huberts, L.W.J.C. , Politiebestel in de praktijk: sturing en invloed. In C.J.C.F. Fijnaut, E.R. Muller, U. Rosenthal & E.J. van der Torre (eds.), Politie. Studies over haar werking en organisatie (pp. 141-167). Deventer: Kluwer 2007

[3] Kamerstukken II 2004/05, 29 628, nr. 23

[4] Kamerstukken II 2010/11, 30 880, nr. 11

[5] M.M.J. Daams, ‘Vaststelling van een nieuwe Politiewet: vorming van één landelijke politiekorps’, Ars Aequi 2013-1, p. 52

[6] S. E. Zijlstra, Bestuurlijk Organisatierecht. Deventer: Kluwer 2009, p. 43-48

[7] Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP). Veiligheid als bestuurlijke opdracht. Dordrecht: SMVP 2006

[8] Kamerstukken II 2010/11, 30 880, nr. 11, p. 29

[9] Luister het fragment hier: http://www.bnr.nl/?service=player&type=column&audioId=2681260

About the Author

Nazifa Wardak is sinds september 2015 werkzaam als redactielid bij SecJure.nl. Nazifa is juriste bij een juridisch adviesbureau en is bezig met het afronden van de bachelor Rechtsgeleerdheid aan Tilburg University.

 

Leave a Reply