Aanslag in de trein

september 30, 2015 at 2:22 pm  •  0 Comments  •  39 views

By

21 Augustus jl. was de dag waarop de angst voor de risico’s van het reizen met het openbaar vervoer werd aangewakkerd. Een man probeerde op die dag een aanslag te plegen in de Thalys-trein die onderweg was van Amsterdam naar Parijs. Gelukkig werd de man, gewapend met o.a. een kalasjnikov, door een handjevol passagiers van de Thalys-trein op tijd ontdekt en overmeesterd.[1] Nog geen maand later werd op 18 september jl. een jongen die zich in een Thalys-trein van Amsterdam naar Parijs bevond, verdacht van hetzelfde als de man van 21 augustus: het voorbereiden van een aanslag.[2] Treinpassagiers zijn bang voor een aanslag, maar is dat wel terecht?

De gelijkenissen tussen de twee gebeurtenissen zijn in de media breed uitgemeten. Beide heren stapten kort voor vertrek in een Thalys-trein; beiden verschansten zich in het toilet; beiden hadden een rugzak bij zich;  beiden reisden richting Parijs en beiden gedroegen zich vreemd. Al deze gelijkenissen zijn makkelijk en goed aan te tonen, behalve de laatste. Vreemd gedrag is een niet objectief te beoordelen kwestie. Ook over andere verschillen tussen de twee gebeurtenissen worden niet veel woorden gerept.

Die verschillen zijn juist belangrijk voor het recht, daar zij uitmaken of iemand gekwalificeerd kan worden als terreurverdachte. Terrorisme is nog geen eenduidig gedefinieerd begrip, maar de definitie lijkt opgebouwd te zijn uit een tweetal  onderdelen. Als eerste kan de underlying act genoemd worden: de gedraging is op zichzelf als een strafbaar feit aan te merken. Het tweede onderdeel is de purpose of causing alarm among the population.[3] Je zou je af kunnen vragen of het gedrag van de jongen van 18 september aan deze twee begrippen voldoet. Door gebrek aan een eenduidige definitie, is er ook onduidelijkheid over de vervolging van terreurverdachten. Moeten terreuraanslagen worden geplaatst onder de categorie war crimes[4], crimes against humanity[5], of dient er een geheel nieuwe categorie te worden toegevoegd aan het huidige bestand aan internationale misdaden? Deze verschillende international crimes kennen elk hun eigen materiële kwalificaties (actus reus) en mentale kwalificaties (mens rea), waaraan voor vervolging moet worden voldaan. Staten zijn in internationaal verband zoekende naar een vervolgingsprocedure voor terrorisme, maar het lijkt ook een hot topic op nationaal niveau.[6]

De angst die bij treinpassagiers is aangewakkerd past in de tendens van bewustwording van terreurdreiging. De kunst is om het recht zo te buigen dat de angst wordt verminderd, terwijl de terreurdreiging effectief wordt teruggedrongen. Stel, de jongen was inderdaad ‘slechts’ een zwartrijder. Een jongen van 16 jaar oud die, voor wat voor reden dan ook, zich graag van Nederland naar Frankrijk wilde verplaatsen zonder een treinkaartje te betalen. Op verzoek van de treinconducteur komt hij het toilet niet uit, omdat hij bang is voor de boete die op zwartrijden staat. Wanneer even later zwaarder geschut de jongen dwingt zich over te geven, begint hij te hyperventileren van de ontstane consternatie. De vraag luidt: is hyperventilatie te kwalificeren als vreemd gedrag, wanneer deze jongen weet dat hem misschien een fikse, maar nog onbekende, rechtelijke vervolging boven het hoofd hangt voor iets wat hij nooit heeft willen doen? De aanslagen in de trein illustreren de noodzaak van het vinden van een balans tussen de bescherming van de bevolking tegen terrorisme en het behoud van rechten van de algehele bevolking, inclusief verdachte terroristen. Onderzocht moet worden of internationale wetgeving hieraan kan bijdragen.

[1] ‘Moedig optreden passagiers voorkomt slachting in Thalys’, Algemeen Dagblad 21 augustus 2015, www.ad.nl (zoek op Thalys).

[2] ‘Jongen in stilgezette thalys is 16 jaar en wilde zwartrijden’, NRC 19 september 2015, www.nrc.nl (zoek op Thalys).

[3] R. Cryer, H Friman, D. Robinson, E. Wilmshurst, An introduction to international criminal law and procedure, Cambridge University Press 2010, p. 344.

[4] R. Cryer, H Friman, D. Robinson, E. Wilmshurst, An introduction to international criminal law and procedure, Cambridge University Press 2010, p. 272.

[5] R. Cryer, H Friman, D. Robinson, E. Wilmshurst, An introduction to international criminal law and procedure, Cambridge University Press 2010, p. 230.

[6] Zie bijvoorbeeld rechterlijke uitspraken in Nederland over syriegangers. Te vinden op http://uitspraken.rechtspraak.nl/ (zoek op syrieganger).

About the Author

Iris schrijft sinds februari 2015 artikelen en blogs voor SecJure. Masterstudente Ondernemingsrecht. LLB in internationaal en Europees recht.

 

Leave a Reply