De ogen van het internet

september 17, 2015 at 9:44 am  •  0 Comments

By

De oudste generaties zijn de enigen die immuun lijken voor de besmetting – waarschijnlijk omdat ze de techniek simpelweg niet begrijpen – maar vrijwel elke persoon onder een jaar of veertig, vijftig heeft zeven dagen per week een smartphone in de broekzak of op de keukentafel liggen. Naast het alledaags gebruiksgemak van deze apparaatjes heeft het nog een andere massaal gebruikte functie: de camera!

Vandaag de dag kunnen we elk gewenst moment een opname maken van de omgeving, mocht er iets ongewoons, vreemds of opmerkelijks gebeuren. Dat was slechts tien jaar terug nog wel anders. Van vrijwel elk noemenswaardig (nieuws)feit dat zich bijvoorbeeld op straat afspeelt wordt bijzonder eenvoudig beeldmateriaal verworven in foto- en/of videovorm. Sinds de massale adoptie van miljoenen smartphones zijn we naast ‘normaal’ smartphone gebruiker ook geëvolueerd naar een groot collectief waarnemingsorgaan dat allerlei verschillende gebeurtenissen vastlegt.

Natuurlijk is dit een trend die naadloos aansluit bij het digitale tijdperk waarin we leven. Niet alleen op straat, maar ook binnenshuis filmen we onszelf maar al te graag; wat we koken, hoe je een grap uithaalt met je vrienden en voor sommigen ook wat we allemaal in de slaapkamer doen. De meest uiteenlopende en bizarre activiteiten worden daarmee in grote mate gedigitaliseerd.

In eerste instantie oogt het vrij probleemloos wanneer wat film- en foto bestandjes op een telefoontje staan opgeslagen. Maar we weten allemaal wat tegenwoordig met zulke bestandjes gebeurt als ze interessant genoeg zijn (voor goed gebruik óf juist voor mísbruik); Facebook, Instagram en Twitter! Een paar klikken en het hele internet kan meegenieten wat bij jou in de straat, trein of woonkamer gebeurt. Dit kan problemen opleveren, maar de combinatie van (smartphone) camera’s en social media kent ook zeker positieve uitwerkingen. De belangrijkste is wellicht voor opsporingsdoeleinden.Toch komt het tegenwoordig frequent voor dat het plaatsen van een filmpje of foto zelf de aanleiding is voor een opsporingsonderzoek, anders gezegd, de wederrechtelijke daad zélf inhoudt.

Een mooi voorbeeld is dat van winkelhouders, tankshopeigenaren, juweliers en anderen, die een mooie kans zagen in het plaatsen van camerabeelden op het internet (van bijvoorbeeld dieven en vandalen etc.), in de hoop dat iemand de schoften zou herkennen. Het bleek zo’n groot succes dat de minister van justitie in 2011 zelfs regelgeving in het leven moest roepen om de privacy van verdachten te waarborgen. Er hebben zich immers gevallen voorgedaan waarin verdachten bijna een heuse BN-er status verkregen en daardoor hun (sociale) leven zagen instorten. Het College Bescherming Persoonsgegevens is in reactie hierop belast met het toezicht en het uitschrijven van boetes die volgen op het overtreden van dit verbod (verbod van beeldmateriaal van verdachten online zetten). De opsporingstaak komt immers exclusief de politie toe, maar volkomen onbegrijpelijk is deze vorm van eigenrichting vanuit het slachtoffers perspectief niet.

De veelzijdigheid van zulk beeldmateriaal: geweldsincidenten, vandalisme, naaktfoto’s of beschonken toestanden van mensen, roepen niet uitzonderlijk problemen op voor de rechten van personen. Wanneer een filmpje ‘viral’ gaat kan dit ingrijpende en vernietigende effecten hebben voor degenen die in zulk beeldmateriaal een rol vervullen. Trippende festivalgangers, naïeve halfnaakte pubermeisjes en een stel ‘asociale terrasvrouwen’ hebben hun (sociale) leven al de andere kant op zien draaien door datgene wat je wellicht zou kunnen omschrijven als een publiek digitaal oog. Een omstander die een voorval filmt en het een leuk idee lijkt dat materiaal online te zetten, of een ex-vriendje dat uit is op wraak; een camera enerzijds en social media websites anderzijds. Meer is er niet voor nodig. Het is een destructieve combinatie gebleken als je pech hebt.

Wat opvalt is dat autoriteiten slecht opgewassen lijken tegen zulke ‘internet-zaken’. Wat kun je immers doen? Negatief op het internet belanden is als je ziel verkopen aan de duivel, het zal nooit meer omgekeerd kunnen worden. Een voorbeeld dat goed aangeeft in welke maat kinderschoenen deze criminaliteitsbestrijding nog staat, is het drama dat zich voltrok voor Chantal uit Werkendam.

De 21-jarige had een rechtszaak aangespannen tegen een partij van omvang: Facebook. Waarom? Een vooralsnog onbekend persoon had een filmpje op Facebook geplaatst waarin ze seksuele handelingen verricht. Nu eist ze dat Facebook de internetgegevens van die persoon aan haar overhandigd. Facebook heeft dit geweigerd en dus startte ze een procedure. Enkel de advocaten kwamen echter opdagen tijdens de zitting en moesten plaatsnemen in de rechtbank van Amsterdam om zich te verweren over het feit dat Facebook weigerde de (internet)gegevens van die persoon te overhandigen.

Facebook liet weten dat alle gegevens immers permanent zijn verwijderd. Een dubieus verweer, aangezien zelfs elke aangeslagen toets in een chatvenster door Facebook wordt opgeslagen, zelfs voordat je die nog hebt verzonden. De rechtbank heeft uiteindelijk in het voordeel van de eiser geoordeeld. Een belangrijke stap om regulering, opsporing en preventie op touw te zetten als het op de aanpak van criminaliteitsvorm aankomt. Laster en smaad 2.0 heeft immers het licht gezien, dankzij het internet. De problematische vraag: hoe pak je effectief een probleem aan dat velen aangaat, maar zich verhult in anonimiteit, globaliteit en willekeur?

About the Author

 

Leave a Reply