By

Guido de Been

Wat eens begon als de “Arabische lente” veranderde, zoals zo vaak bij een revolutie, al snel in een Arabische nachtmerrie. Vele landen zijn het stadium van, al dan niet vreedzaam, protest al ver voorbij. Zo ook Syrië, waar nu al ruim drie jaar een burgeroorlog woedt. Syrië onderscheidt zich echter van andere conflicten in de zin dat er een hoog aantal buitenlandse strijders meevecht bij de verschillende partijen. Hier zitten ook Nederlanders bij. De ideologie die de partijen vaak aanhangen stroken op geen enkele manier met de westerse democratische rechtsstaat. Angst bestaat dan ook, al dan niet terecht, voor de eventuele terugkeer van deze mensen, die bekend zijn komen te staan als “Syriëgangers”. Als gevolg zijn maatregelen aangekondigd.

De angst voor de terugkeer van Syriëgangers heeft ertoe geleid dat een aantal maatregelen worden overwogen. De angst voor deze teruggekeerden jihadisten is voornamelijk veroorzaakt door de aanslag op een joods museum in Brussel op 24 mei 2014 waarbij een teruggekeerde strijder uit Syrië vier mensen doodschoot in het Joods Museum.[I] Voor de maatregelen die zijn aangekondigd wordt nieuwe wetgeving gesuggereerd, maar de vraag is of dit nodig is. Ook kunnen we onze vraagtekens zetten bij de maatregelen vanuit het oogpunt van het gelijkheidsbeginsel.

De achtergrond

Het Midden-Oosten, of wellicht breder genomen de “Islamitische wereld” heeft voor een groot deel langdurig last van zéér corrupte regimes en een vaak twijfelachtige buitenlandse inmenging.[II] De exacte redenen hiervoor zijn te complex voor dit artikel maar belangrijk is te onthouden dat veel van deze landen zeer rijk zijn aan natuurlijke grondstoffen en bovendien nog steeds hinder ondervinden van de postkoloniale verdeling van land in het Sykes-Picot verdrag.[III]

De protesten begonnen oorspronkelijk in Tunesië in december 2010 naar aanleiding van de zelfverbranding van de jonge ondernemer Mohamed Bouazizi.[IV] Bouazizi had schulden gemaakt om zijn marktkraam te kunnen kopen en inrichten. Hij had echter, volgens de officiële lezing van de Tunesisch politie, niet de juiste vergunningen, waarop zijn kraam is geconfisqueerd. Andere bronnen melden dat hij weigerde om geld te betalen aan corrupte agenten.[V] Hierop volgde grootschalige protesten, met name omdat Bouazizi symbool kwam te staan voor de corruptie in dat land. De protesten in Tunesië zouden leiden tot de vlucht van de Tunesische dictator Zine El Abidine Ben Ali. Dit succes inspireerde de bevolking van de omringende landen om ook te protesteren tegen de daar heersende regimes. In sommige landen, zoals Egypte, volstonden de protesten en burgerlijke ongehoorzaamheid om het regime te doen vallen. In andere landen, waaronder Syrië ging het wat minder gemakkelijk.

Syrië wordt al decennia lang geregeerd door de familie Assad.[VI] Onder hun leiding is Syrië een enorm repressieve staat geweest. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het in Syrië niet is gebleven bij protesten alleen. Al vrij snel na het begin van de protesten poogde de huidige dictator van Syrië, de voormalige oogarts Bashar al-Assad, de protesten met harde hand neer te slaan. Wat hij hiermee teweegbracht was een grote burgeroorlog die tot op de dag van vandaag woedt. Tegen het Syrische leger begonnen verschillende organisaties te vechten:[VII]

  • Het Vrije Syrische Leger: een verzamelnaam voor zo’n 1000 verschillende lokale milities en regelmatig genoemd als potentiele bondgenoot van het Westen.
  • Islamitisch front: een samenvoeging van zeven kleinere rebellengroepen.[VIII]
  • Al-Nusra: Een groep die zou zijn opgezet en gefinancierd door het beruchte Al-Qaida, een groep opgericht door Osama bin Laden.
  • ISIS: de Islamitische Staat in Irak en Al-Sham, tegenwoordig bekend als Islamitische Staat (IS). Tevens een aftakking van Al-Qaeda, maar tot voor kort relatief onbekend in het westen. Nederlanders in Syrië waartegen maatregelen zijn aangekondigd, zitten voornamelijk bij deze groep.

Met name deze laatste twee zijn van belang voor Nederland. Het bijzondere aan deze twee organisaties is dat ze gebruiken maken van bijvoorbeeld sociale media om buitenlandse strijders aan te trekken waaronder Nederlandse jongeren.[IX] Hoeveel westerlingen zich hebben aangesloten is niet bekend maar geschat wordt dat het gaat om zo’n 10% van de totale strijdkracht.[X] Ook Nederlanders strijden mee aan de zijde van deze organisaties. Precieze aantallen zijn onbekend, alsmede de precieze verdeling van Nederlanders onder de verschillende organisaties, maar naar schatting gaat het om zo’n 100 strijders.[XI] De meeste van hen zijn aangesloten bij de Islamitische Staat of Al-Nusra.[XII]

Maatregelen

Het kabinet heeft zich gehaast te melden dat er maatregelen genomen zullen worden tegen deze Nederlanders die besluiten naar Syrië te gaan zo werd duidelijk na de ministerraad van 29 augustus van dit jaar.[XIII] Men wil verdergaande bevoegdheden om de nationaliteit te ontnemen, uitkeren in te trekken of strafrechtelijke vervolging tot een succes te maken. Of deze maatregelen ook daadwerkelijk nodig zijn valt echter sterk te betwijfelen aangezien er al deze zaken al prima bij wet geregeld zijn.

Verlies van nationaliteit

Het dienen in een vreemde macht is uiteraard geen nieuw fenomeen. Zo dienden de Bataven, de zéér verre voorouders van Nederlanders, al als elitetroepen in Romeinse dienst.[XIV] Hoe ertegenaan wordt gekeken, verandert echter wel door de tijd heen. Zo was het tussen 1892, na het inwerkingtreden van de “Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap”, en 1985 verboden voor Nederlanders om in een vreemde krijgsmacht te dienen. Deze wet gaf echter vaak problemen; toen de wet in 1892 werd opgesteld, werd staatloosheid nog niet als een groot probleem gezien.[XV] Door het ondertekenen van een aantal verdragen werd het hebben van een nationaliteit een absoluut recht. Zo stelt art 15 van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens:

  1. Een ieder heeft het recht op een nationaliteit.
  2. Aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.

Dit heeft Nederland altijd beperkt in het uitvoeren van de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap. In een vrij recente uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is zelfs bepaald dat men ook niet vrijwillig stateloos kan worden.[XVI] Ook werd de zaak bemoeilijkt met de komst van de zogenaamde “dubbele nationaliteit”. Vaak was men verplicht tot het vervullen van dienst in het land van de tweede nationaliteit zoals bijvoorbeeld als men de Turkse nationaliteit heeft.[XVII]

Deze problemen werden opgelost met de komst van de “Rijkswet op het Nederlanderschap” in 1984. Hierbij werd bewust een artikel toegevoegd om Nederlanders de mogelijkheid te geven in een vreemde macht te strijden. Zo stelt art 15 lid 1 sub e:

“Het Nederlanderschap gaat voor een meerderjarige verloren:

indien hij zich vrijwillig in vreemde krijgsdienst begeeft van een staat die betrokken is bij gevechtshandelingen tegen het Koninkrijk dan wel tegen een bondgenootschap waarvan het Koninkrijk lid is.”

De huidige wetgeving staat derhalve wel toe dat Nederlandse staatsburgers in een vreemde krijgsmacht dienen maar verbiedt het enige gevechtshandelingen tegen Nederland of een bondgenoot te verrichten. Dit betekent dat het vechten door Nederlandse strijders tegen het Syrische regime op zichzelf niet kan leidden tot het innemen van de paspoorten. Over het algemeen zijn strafbare feiten noodzakelijk. Gelet op het feit dat de meeste strijdende partijen voornamelijk tegen het Syrische regime vechten of tegen de Koerdische “peshmerga”, de officiële Koerdische krijgsmacht, is er hier vrijwel geen grond te vinden om de paspoorten van de Nederlanders in Syrië in te nemen. Helemaal frappant wordt de situatie indien Turkije zich met het conflict gaat bemoeien. Turkije ligt geografisch naast Syrië en de Islamitische Staat en heeft een moeilijke relatie met alle strijdende partijen, ook de Koerden. Turkije zit net als Nederland bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) wat betekent dat een vijand van Turkije tevens een vijand is van Nederland, zo blijkt uit art. 5 van het verdrag. Het is niet ondenkbaar dat als Turkije zich met het conflict gaat bemoeien zij tevens in conflict zullen komen met de Koerdische troepen. Ook hier hebben Nederlanders zich aangesloten.[XVIII] Meestal zijn dit Nederlanders met een Koerdische achtergrond maar dit is niet altijd zo. Officieel zijn zij dan in staat van oorlog met een bondgenoot van het Koninkrijk en dus komen zij in aanmerking voor afname van het paspoort. Dit lijkt een hoogst onwenselijke situatie te zijn.

Naast het bovenstaande heeft de maatregel nog meer problemen. Zoals eerder vermeld kan niemand stateloos worden. Dit betekent dat de maatregel alleen geldt indien de dader een dubbele nationaliteit heeft, iets dat “autochtone Nederlanders”, waarvan er ook enkelen meevechten, vaak niet hebben. Dit betekent dat de maatregel potentieel in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Een dergelijk besluit als het intrekken van het paspoort zou kunnen worden aangevochten bij de bestuursrechter op grond van ditzelfde gelijkheidsbeginsel. Dit betekent dat de maatregel weinig kans van slagen heeft.

Intrekken van de uitkering

 

Een andere maatregel die in gang is gezet tegen de Syriëgangers is het stopzetten van de uitkeringen. Dit zal de meeste strijders treffen aangezien het niet erg waarschijnlijk is dat zij een vaste bron van inkomsten, anders dan sociale zekerheid, hebben terwijl zij vechten in een ander land. Dit levert veel minder problemen op dan het intrekken van de paspoorten. Nederland is immers niet verplicht haar eigen sociaal zekerheidsrecht toe te passen op Nederlanders buiten de EU tenzij dit in een bilateraal- dan wel multilateraal verdrag is vastgesteld. Nederland heeft hierover geen afspraken met Syrië dus in beginsel hebben Nederlanders die in Syrië vechten geen recht op een bijstandsuitkering.

            Strafrechtelijke vervolging                        

Ook is er de mogelijkheid tot strafrechtelijke vervolging van Syriëgangers bij een eventuele terugkeer naar Nederland. De basis voor enige strafrechtelijke vervolging ligt met name in art 97 Sr, de “misdrijven tegen de veiligheid van de staat”. De eerste rechtszaken zijn al geweest, hoewel deze alleen betrekking hadden op de voorbereidingshandelingen.

De eerste die vervolgd zijn, en dus jurisprudentie teweeg hebben gebracht, zijn Mohammed G. en Omar H., die in Syrië wilden meevechten met de opstandelingen. Zij zijn veroordeeld voor het voorbereiden van respectievelijk moord en brandstichting.[XIX]  Verder oordeelde de rechtbank dat beide heren zich schuldig hadden gemaakt aan opruiing door het verspreiden van jihadistische filmpjes. Het feit dat de filmpjes al eerder waren gemaakt en verspreid deed hier niet aan af. De 22-jarige Omar H. kreeg één jaar cel waarvan vier maanden voorwaardelijk, waar het OM drie jaar had geëist. In zijn huis in Amsterdam vond de politie onder meer 10 meter ontstekingslont, 1 kilo aluminiumpoeder en dvd’s met ‘jihadistisch materiaal’. Ook riep Omar H. op tot het voeren van een gewapende strijd. Mohammed G. werd veroordeeld tot een jaar opname en behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis, omdat hij een gevaar is voor anderen. Hij had op internet aangegeven dat hij zich bij het aan Al-Qaida gelieerde Al-Nusra zou aansluiten en had al een vliegticket naar Turkije geboekt. Bij huiszoekingen vond de politie onder meer messen, een zwaard, een kruisboog, afscheidsbrieven en jihadistische geschriften.

Deze jurisprudentie wordt als belangrijk gezien omdat er nog geen echte uitspraken waren over dergelijke gevallen. De beide heren zijn dus nog niet daadwerkelijk naar Syrië gegaan maar de rechter was van mening dat de handelingen van de beide heren er alle schijn van hadden dat zij het trainingsstadium voorbij waren. De uiterlijke verschijningsvorm gaf dus de doorslag voor de rechtbank. Uiteraard heeft dit ook gevolgen voor de overige Syriëgangers. Verwacht mag worden dat degene die gegaan zijn een veroordeling tegemoet kunnen zien maar dat men ook vervolgd kan worden in geval van verregaande voorbereiding.

Conclusie

De potentiële maatregelen die Nederland kan treffen tegen de Syriëgangers zijn vrij uitgebreid en bovendien voldoende toereikend. Enige andere wetgeving lijkt overbodig in dit stadium. Gelet op het feit dat er zowel Nederlanders met een enkele nationaliteit als Nederlanders met een dubbele nationaliteit mee strijden lijkt een maatregel als de inname van het paspoort hoogst onwenselijk te zijn vanuit het oogpunt van gelijkheid.


[I] Brussels Jewish Museum killings: Man held in Marseille”. BBC News. 1 June 2014. Retrieved 1 June 2014.

[II] Lewis, B. (2003). What went wrong?: the clash between Islam and modernity in the Middle East. HarperCollins. Check de leidraad voor boeken

[III] Fromkin, David (1989). A Peace to End All Peace: The Fall of the Ottoman Empire and the Creation of the Modern Middle East. New York: Owl. pp. 286, 288. ISBN 0-8050-6884-8. Check de leidraad voor verwijzing boeken

[IV] http://www.independent.co.uk/news/world/politics/ten-people-who-changed-the-world-mohammed-bouazizi-an-ordinary-man-who-became-the-arab-springs-figurehead-6282311.html

[V] encyclopedia britannica- Mohamed Bouazizi

[VI] Syria- CIA World Factbook

[VII] UN must refer Syria war crimes to ICC: Amnesty”. Agence France-Presse. 13 March 2013. Retrieved 21 October 2013.

[VIII] Leading Syrian rebel groups form new Islamic Front”. BBC. 22 November 2013. Retrieved 22 November 2013

[IX] Lund, A. (2014). Pushing Back Against Islamic State of Iraq and the Levant: The Islamic Front. Check de leidraad voor verwijzing

[X] www.hrw.org/middle-eastn-africa/syria

[XI] http://www.nu.nl/politiek/3803676/ruim-100-nederlandse-jihadstrijders-syrie-gereisd.html

[XII] AIVD- Transformatie van het jihadisme in Nederland

[XIII] Persconferentie Ministerraad, Mark Rutte, 29 augustus 2014

[XIV] Carol van Driel-Murray, Those who wait at home in Ulrich Brandl, Frauen und Romisches Militar – Ten papers from a round-table session presented at a conference in Xante, Germany 2005, ISBN 978-1407301983 p.83

[XV] Bossuyt, M., & Wouters, J. (2005). Grondlijnen van internationaal recht. Intersentia nv. Check de leidraad voor boeken

[XVI] Raad van State, 21 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1788 Check de leidraad, moet zijn ABRvS, niet Raad van State

[XVII] http://www.nederlandersinturkije.nl/turkije/dienstplicht/

[XVIII] http://www.elsevier.nl/Buitenland/nieuws/2014/8/Waarom-mogen-Nederlandse-Koerden-voor-Peshmerga-vechten-1576727W/

[XIX] Rb Rotterdam, 23 oktober 2013 ECLI:NL:RBROT:2013:8266

About the Author

 

Leave a Reply